Uitspraak
17.718 PW, 17/719 PW, 17/3370 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
van € 170,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellanten ontvingen bijstand, maar het dagelijks bestuur stelde vast dat zij een gezamenlijke huishouding voerden zonder dit te melden, wat leidde tot intrekking en terugvordering van bijstand over meerdere jaren. Onderzoek door sociale recherche, observaties, getuigenverklaringen en doorzoeking van het uitkeringsadres boden voldoende feitelijke grondslag voor deze conclusie.
Een aanvraag om bijstand van 23 november 2015 werd afgewezen vanwege het bezit en de aanschaf van luxe goederen, waaronder een auto die contant werd betaald. Appellanten slaagden er niet in aannemelijk te maken dat zij in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerden. Twee latere aanvragen werden buiten behandeling gesteld wegens onvoldoende inzicht in de financiële situatie, maar de Raad oordeelde dat dit onterecht was omdat het hier ging om een inhoudelijke afwijzing.
De Raad vernietigde het besluit tot buiten behandelingstelling van de latere aanvragen en wees deze af wegens onvoldoende duidelijkheid over de financiële situatie. Tevens werd het dagelijks bestuur veroordeeld in de proceskosten. De Raad bevestigde de eerdere uitspraken over de intrekking en afwijzing van de eerste aanvragen.
Uitkomst: De Raad bevestigt intrekking en afwijzing van bijstand, vernietigt buiten behandeling stelling en wijst latere aanvragen af wegens onvoldoende financiële duidelijkheid.