ECLI:NL:CRVB:2019:3809
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- W.F. Claessens
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemeld vermogen in buitenlandse woning
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Participatiewet, maar het college van burgemeester en wethouders van Tilburg ontdekte dat appellant eigenaar was van een woning in Turkije die niet was gemeld. Op basis hiervan werd de bijstand ingetrokken en teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten ongegrond, maar in hoger beroep vernietigt de Centrale Raad van Beroep het besluit tot intrekking omdat het bewijs onrechtmatig was verkregen. Wel oordeelt de Raad dat appellanten de inlichtingenverplichting hebben geschonden door het bezit van de woning niet te melden, waardoor het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld.
Verder bevestigt de Raad het besluit tot afwijzing van de aanvraag bijstand over een latere periode, omdat de woning formeel nog op naam van appellant stond geregistreerd tot de eigendomsregistratie op naam van zijn zus werd gewijzigd. Appellanten slaagden er niet in aannemelijk te maken dat zij niet over de woning konden beschikken.
De Raad veroordeelt het college in de proceskosten en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. De uitspraak benadrukt het belang van de formeel geregistreerde beschikkingsmacht en de inlichtingenverplichting bij het vaststellen van het recht op bijstand.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van bijstand wordt vernietigd, het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag wordt ongegrond verklaard, en het college wordt veroordeeld in de proceskosten.