ECLI:NL:CRVB:2019:3807
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening bijstand en boete wegens niet melden kasstortingen en bijschrijvingen
Appellant ontvangt sinds februari 2014 bijstand op grond van de Participatiewet. Naar aanleiding van een anonieme melding startte de sociale recherche een onderzoek naar mogelijke inkomsten uit zwart werk. Uit bankafschriften bleek dat appellant tussen maart 2014 en juli 2015 meerdere kasstortingen en bijschrijvingen ontving, die het college als inkomsten aanmerkte en waarop de bijstand werd herzien. Tevens werd een boete opgelegd wegens het niet melden van deze inkomsten.
De rechtbank Rotterdam vernietigde het besluit over de boete deels en stelde deze lager vast. In hoger beroep betwist appellant dat de stortingen een terugkerend karakter hebben en dat leningen van zijn zus als inkomsten moeten worden gezien. De Raad oordeelt dat de stortingen wel degelijk een terugkerend karakter hebben en dat leningen niet zijn uitgezonderd van het middelenbegrip. Ook een verklaring dat twee kleine bedragen leefgeld waren, werd niet aannemelijk geacht.
De Raad concludeert dat appellant de inlichtingenverplichting heeft geschonden en dat het college terecht de bijstand heeft herzien en de boete heeft opgelegd. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de bijstand en de boete van €1.164,- wegens niet melden van kasstortingen en bijschrijvingen.