Uitspraak
18 4484 WIA
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Y staat voor het aantal dagloondagen van Z dat binnen de referteperiode valt. Indien Z nul is, wordt de uitkomst van deze berekening op nihil gesteld.
Centrale Raad van Beroep
Appellant was werkzaam tot september 2014 en ontving daarna een WW-uitkering, gevolgd door een WIA-uitkering vanaf januari 2017. Het UWV berekende het dagloon voor de WIA-uitkering op basis van het sv-loon van december 2013 tot december 2014, waarbij betalingen van de WW-uitkering in december 2014 buiten beschouwing werden gelaten.
Appellant voerde aan dat deze berekening onredelijk is omdat het dagloon daardoor lager uitvalt dan verwacht, mede omdat hij premie betaalde en zijn WW- en ZW-uitkering op het maximumdagloon waren vastgesteld. Hij stelde dat artikel 13, derde lid, van het Dagloonbesluit buiten toepassing zou moeten blijven en dat de referteperiode anders vastgesteld moest worden.
De Raad oordeelde dat de referteperiode conform de wettelijke regeling en het Dagloonbesluit juist was vastgesteld. De regeling is het resultaat van een politieke afweging en verdient terughoudende toetsing. Betalingen die na afloop van het refertejaar worden gedaan, kunnen niet worden toegerekend aan dat jaar. De subsidiarische bezwaren van appellant werden eveneens verworpen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er was geen aanleiding om het Dagloonbesluit buiten toepassing te laten en de berekening van het dagloon door het UWV was correct.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de berekening van het dagloon door het UWV wordt bevestigd.