Uitspraak
18/3388 AW
.
OVERWEGINGEN
25 november 2010, heeft het college afwijzend op dit verzoek beslist op de grond dat terugkeer van verzoekster naar de [sector 1] op dat moment een te groot afbreukrisico voor haar zou meebrengen. De tijdelijke tewerkstelling is verlengd.
13 januari 2012 bevestigd. De Raad heeft bij zijn beoordeling over het besluit van
25 november 2010 tot uitgangspunt genomen dat het college rekening heeft mogen houden met de resultaten van het assessment van verzoekster en belang heeft kunnen hechten aan een uiteenzetting van het hoofd van de [sector 1] over het afbreukrisico dat was verbonden aan een eventuele vroegtijdige terugplaatsing van verzoekster in de functie van [naam functie 1] . Aanwijzingen ontbreken naar het oordeel van de Raad voor de stelling van verzoekster dat de besluitvorming is beïnvloed doordat zij zich opwierp als klokkenluider. Over het besluit van 20 juni 2011 heeft de Raad overwogen het aannemelijk te achten dat de functie van [naam functie 2] waarin zij is geplaatst passend is. Bij de plaatsing is rekening gehouden met door verzoekster ingebrachte bedenking door haar niet blijvend maar tijdelijk in de functie te plaatsen, dit met het oog op mogelijke terugplaatsing in haar oude functie van [naam functie 1] .
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
26 juni 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:2180).
(in het kader van de Wet bescherming persoonsgegevens, Wbp).
23 januari 2014 is neergelegd. Van belang daarbij is het duidelijk informatieve karakter van de nota’s en dat de onderwerpen gescheiden, in afzonderlijke alinea’s met verwijzing naar de betreffende wet- en regelgeving aan de orde zijn gesteld. Niet blijkt uit deze nota’s dat sprake is van een causaal verband tussen de besluiten om verzoekster niet terug te plaatsen in haar eigen functie en om haar te plaatsen op andere functies dan haar eigen functie enerzijds, en de melding door verzoekster van de misstanden anderzijds.