ECLI:NL:CRVB:2019:2587
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Toepassing kostendelersnorm bij bijstand ondanks arbeidsongeschiktheid
Appellante ontvangt bijstand op grond van de Participatiewet en woont op hetzelfde adres als haar zoon, die op 19 maart 2016 de leeftijd van 21 jaar bereikte. Het college van burgemeester en wethouders van Hilversum paste de kostendelersnorm toe, waardoor de bijstand van appellante werd verlaagd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat zij niet kan werken en dat toepassing van de kostendelersnorm daarom onrechtvaardig is en in strijd met het gelijkheidsbeginsel en het eigendomsrecht zoals beschermd in artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM. Tevens stelde zij dat het college onvoldoende had onderzocht of een individuele afstemming van de bijstand op grond van zeer bijzondere omstandigheden mogelijk was.
De Raad oordeelde dat de kostendelersnorm wettelijk is voorgeschreven en ook geldt voor personen die niet kunnen werken. Het gelijkheidsbeginsel wordt niet geschonden omdat de norm ook geldt voor bijstandsgerechtigden die wel kunnen werken. De stelling dat de norm een onevenredige last vormt is onvoldoende onderbouwd. Daarnaast zijn zeer bijzondere omstandigheden vereist voor individuele afstemming, welke appellante niet aannemelijk heeft gemaakt. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de kostendelersnorm van toepassing blijft en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.