ECLI:NL:CRVB:2016:3869
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toepassing kostendelersnorm bij zorg voor gehandicapte zoon
Appellante ontvangt bijstand en woont samen met haar meerderjarige lichamelijk en geestelijk gehandicapte zoon. Het college heeft haar bijstandsuitkering verlaagd vanwege toepassing van de kostendelersnorm, wat de rechtbank heeft bevestigd. In hoger beroep betoogt appellante dat de zorg voor haar zoon en de daarmee gepaard gaande extra kosten een onbillijkheid van overwegende aard vormen, waardoor het college de bijstand zou moeten verhogen.
De Raad stelt vast dat de wetgever bewust heeft gekozen om de kostendelersnorm ook toe te passen bij woningdeling met bloedverwanten in de eerste of tweede graad met zorgbehoefte. De voordelen van kosten delen staan los van de redenen van woningdeling. De zorg voor de zoon leidt niet tot een afwijking van de kostendelersnorm. Voor bijzondere kosten, zoals vervoer van de zoon, kan appellante een aanvraag bijzondere bijstand doen.
De Raad concludeert dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toepassing van de kostendelersnorm en wijst het hoger beroep af.