Uitspraak
16.5146 ANW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
M.A.H. van Dalen-van Bekkum en F.J.L. Pennings als leden, in tegenwoordigheid van
Centrale Raad van Beroep
De Sociale Verzekeringsbank (Svb) had het recht van betrokkene op nabestaandenuitkering (ANW) beëindigd en een bedrag teruggevorderd wegens onverschuldigde betalingen. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend die de Svb later verrekende met de openstaande vordering. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, omdat volgens haar geen wettelijke grondslag bestond voor verrekening van de proceskostenvergoeding.
In hoger beroep stelde de Svb dat de wettelijke bepalingen in de ANW en AOW, mede door een van overeenkomstige toepassing verklaring, wel een grondslag bieden voor verrekening van de proceskostenvergoeding met terugvorderingen. De Raad toetste dit aan artikel 4:93 Awb Pro en concludeerde dat de wetgever met de Verzamelwet SZW 2013 expliciet heeft geregeld dat verrekening van proceskostenvergoeding met terugvorderingen mogelijk is.
De Raad verwierp het verweer van betrokkene dat een toevoeging op grond van de Wet op de rechtsbijstand verrekening zou uitsluiten, verwijzend naar eerdere jurisprudentie en het beleid van de Raad voor de Rechtsbijstand.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond en bevestigt de bevoegdheid van de Sociale Verzekeringsbank tot verrekening van de proceskostenvergoeding.