ECLI:NL:CRVB:2019:2175
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag zelfstandige wegens onvoldoende levensvatbaarheid bedrijf
Appellante exploiteert sinds oktober 2014 een administratiekantoor als eenmanszaak en heeft meerdere keren bijstand aangevraagd op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004). Eerdere aanvragen in 2015 en 2016 werden afgewezen vanwege een negatief advies van FBA Adviesgroep over de levensvatbaarheid van haar bedrijf, met name door een forse schuldenlast en onvoldoende omzetprognoses.
In januari 2017 diende appellante een nieuwe aanvraag in, die eveneens werd afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die een ander oordeel rechtvaardigden. Appellante stelde dat haar gerealiseerde omzet in 2016 en begin 2017 hoger was dan eerder geprognosticeerd, wat volgens haar wijst op levensvatbaarheid.
De Raad oordeelt echter dat deze omzetgegevens niet leiden tot een ander oordeel omdat de omzet nog steeds beneden de prognose bleef en de grote schuldenlast onverminderd bleef. Het feit dat het bedrijf draaiende werd gehouden, verandert hieraan niets. De Raad concludeert dat appellante onvoldoende heeft aangetoond dat haar situatie wezenlijk is veranderd en verklaart het hoger beroep ongegrond, waarmee de eerdere uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd wegens onvoldoende gewijzigde omstandigheden en onvoldoende levensvatbaarheid van het bedrijf.