ECLI:NL:CRVB:2019:1727
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E. Dijt
- J.S. van der Kolk
- R.B. Kleiss
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste maatman en niet actualiseren maatmanloon bij verrekening WAO-uitkering
Appellante, voormalig ziekenverzorgster en later medisch secretaresse, betwistte dat het UWV bij de verrekening van haar WAO-uitkering de juiste maatman had gehanteerd en dat het maatmanloon niet geactualiseerd was. Het UWV hield vast aan de maatmanfunctie van ziekenverzorgster en een geïndexeerd maatmanloon uit 2008.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij al sinds 2000 als medisch secretaresse werkte en dat dit een nieuwe, beter betaalde functie was die als maatman had moeten gelden. Subsidiair stelde zij dat het maatmanloon geactualiseerd had moeten worden naar het loonniveau van 2008.
De Raad overwoog dat een maatmanwissel niet aan de orde is als het loon in de nieuwe functie lager is dan in de oude functie. Omdat appellante als medisch secretaresse minder verdiende dan als ziekenverzorgster, was een wissel niet gerechtvaardigd. Ook het maatmanloon wordt bij latere schattingen slechts geïndexeerd en niet geactualiseerd. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 15 mei 2019.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht geen maatmanwissel toepaste en het maatmanloon niet hoefde te actualiseren bij de verrekening van de WAO-uitkering.