Uitspraak
16.6808 WW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit van 19 januari 2016;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
De zaak betreft het hoger beroep tegen het besluit van het UWV om de WW-uitkering van appellant per 18 mei 2013 in te trekken wegens verblijf buiten Nederland anders dan wegens vakantie. De Raad verwijst naar een eerdere tussenuitspraak waarin werd vastgesteld dat het oorspronkelijke besluit onvoldoende gemotiveerd was vanwege onrechtmatig verkregen bankgegevens.
Naar aanleiding van nader onderzoek op internet en in openbare registers stelde het UWV dat appellant sinds 18 maart 2013 op Curaçao verbleef en dit niet had gemeld. Appellant voerde aan dat hij pas in april 2015 daadwerkelijk naar Curaçao verhuisde en dat hij de wafelkraam die hij had opgezet slechts uitgeleend had.
De Raad oordeelt dat het UWV voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat appellant vanaf 18 maart 2013 buiten Nederland verbleef anders dan wegens vakantie. Appellant heeft dit niet met objectief bewijs kunnen weerleggen. Desondanks is het besluit vernietigd omdat het UWV pas in hoger beroep een deugdelijke motivering heeft gegeven, wat strijdig is met artikel 7:12 Awb Pro.
De rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand, maar het besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd. Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant en moet het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WW-uitkering wordt vernietigd vanwege onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.