ECLI:NL:CRVB:2019:1674
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij intrekking bijstand
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en werd door het college van burgemeester en wethouders van Almere meerdere malen uitgenodigd voor gesprekken in het kader van een rechtmatigheidsonderzoek, waarop hij niet is verschenen en gevraagde bankafschriften niet heeft overlegd.
Het college schortte de bijstand op en trok deze later met terugwerkende kracht in. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze intrekking ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het besluit onterecht was en dat hij ook procesbelang had bij een verzoek om schadevergoeding.
De Raad oordeelde dat appellant sinds 1 juli 2014 een WIA-uitkering ontvangt die hoger is dan de bijstandsnorm, waardoor hij geen procesbelang meer heeft bij het hoger beroep tegen de intrekking van de bijstand. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat appellant onvoldoende concreet had onderbouwd dat hij schade had geleden.
De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.