ECLI:NL:CRVB:2013:BY9279
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na tegemoetkoming bezwaren
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Breda. Inmiddels had de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap met een besluit van 4 augustus 2012 geheel aan de bezwaren van appellante tegemoetgekomen. Hierdoor was het belang van appellante bij de beoordeling van de aangevallen uitspraak komen te vervallen.
De Raad overwoog dat het belang niet kan worden ontleend aan het principiële karakter van de rechtsvraag of aan een proceskostenveroordeling, aangezien ook bij niet-inhoudelijke behandeling van het beroep proceskosten kunnen worden toegekend. Omdat het belang pas na het instellen van het hoger beroep was vervallen, deed dit niet af aan het ontbreken van het vereiste procesbelang.
Daarnaast werd beoordeeld dat de rechtsbijstand niet beroepsmatig was verleend, omdat de gemachtigde slechts incidenteel rechtsbijstand verleende en niet structureel. Hierdoor was er geen aanleiding om de Minister in de proceskosten te veroordelen.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang en wees de kostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.