ECLI:NL:CRVB:2019:1295
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens weigering medewerking huisbezoek
Appellant werd op staande voet ontslagen en vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet. Het college vermoedde dat appellant waardevolle goederen in huis had en wilde dit onderzoeken via een onaangekondigd huisbezoek. Appellant weigerde mee te werken, ondanks dat hij de afspraak met zijn advocaat kon verzetten.
Het college wees de aanvraag af wegens schending van de medewerkingsplicht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat er geen redelijke grond was voor het huisbezoek en dat zijn autismespectrumstoornis hem verhinderde de afspraak te verzetten.
De Raad oordeelde dat er wel een redelijke grond was vanwege concrete aanwijzingen over de aard en waarde van de goederen en dat het huisbezoek de enige effectieve verificatiemethode was. Ook was er geen zwaarwegend belang dat het huisbezoek verhinderde. De weigering kon appellant dan ook worden tegengeworpen. De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens weigering medewerking aan huisbezoek wordt bevestigd.