ECLI:NL:CRVB:2019:1143
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herhaalde aanvraag WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant, voormalig productiemedewerker in Nederland, diende een herhaalde aanvraag in voor een WAO-uitkering nadat het UWV in 2007 had vastgesteld dat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt was en geen recht had op een uitkering. Deze eerdere beslissing was in 2011 door de Raad bevestigd.
In 2016 vroeg appellant opnieuw om herbeoordeling, maar het UWV wees dit verzoek af wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de overgelegde medische gegevens geen nieuwe feiten bevatten die relevant waren voor de situatie in 1991 en dat de Wet Amber niet van toepassing was.
In hoger beroep stelde appellant dat hij ziek was en verwees naar medische documenten, maar de Raad concludeerde dat deze gegevens geen nieuwe medische feiten bevatten die een herziening rechtvaardigen. De Raad bevestigde dat het UWV de aanvraag terecht had afgewezen en dat het bestreden besluit niet evident onredelijk was. De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de herhaalde aanvraag voor WAO-uitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.