ECLI:NL:CRVB:2018:98
Centrale Raad van Beroep
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek om wraking rechter niet-ontvankelijk wegens onvoldoende voortvarendheid
Verzoeker diende op 17 december 2017 een wrakingsverzoek in tegen rechter C.H. Bangma die de behandeling van zijn herzieningsverzoek zou doen. Het verzoek kwam ruim een maand nadat verzoeker op 15 november 2017 was geïnformeerd over de zittingsdatum en de rechter die de zaak zou behandelen.
De Raad oordeelde dat het wrakingsverzoek niet tijdig was ingediend, zoals vereist in artikel 8:16, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Verzoeker had al eerder, via brieven van 29 november en 5 december 2017, bezwaar gemaakt tegen de behandeling door deze rechter en om uitstel gevraagd, wat aangeeft dat zijn bedenkingen al bekend waren.
Omdat het wrakingsverzoek pas op 17 december werd ingediend, was er sprake van onvoldoende voortvarendheid. Dit leidde ertoe dat het verzoek niet-ontvankelijk werd verklaard. Verzoeker en de gewraakte rechter waren uitgenodigd voor een zitting op 10 januari 2018, maar verschenen niet. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen rechter Bangma is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.