ECLI:NL:CRVB:2018:59
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over opschorting, intrekking en boete bij bijstandsverlening wegens niet-gemelde autotransacties en financiële ondersteuning
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de WWB en werden onderzocht vanwege niet-gemelde autotransacties en ontvangen geldbedragen. Het college schortte de bijstand op en trok deze in wegens het niet verstrekken van gevraagde bewijsstukken en onvolledige informatie over financiële ondersteuning door derden.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten ongegrond, waarna zij hoger beroep instelden. De Raad oordeelde dat het college terecht het recht op bijstand opschortte en introk voor de periode van 1 juli 2012 tot 28 juli 2014 vanwege schending van de inlichtingenplicht. Voor de periode van 1 oktober tot 11 november 2014 vernietigde de Raad het besluit tot afwijzing van de aanvraag om bijstand, omdat appellanten toen voldoende inzicht hadden gegeven.
Verder werd de opgelegde boete verminderd van €11.800,- naar €1.700,67, rekening houdend met normale verwijtbaarheid en draagkracht. De Raad veroordeelde het college in de proceskosten en bepaalde dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. De uitspraak bevestigt deels de eerdere besluiten en herroept andere, waarbij het recht op bijstand voor de laatste periode wordt toegekend.
Uitkomst: De Raad bevestigt opschorting en intrekking van bijstand wegens niet-naleving inlichtingenplicht, vermindert de boete en verleent bijstand over de periode 1 oktober tot 11 november 2014.