ECLI:NL:CRVB:2018:57
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging recht op Ziektewetuitkering na 52 weken ziekte wegens voldoende verdiencapaciteit
Appellante was langdurig ziek en ontving een Ziektewetuitkering. Na een beoordeling door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige stelde het UWV vast dat zij met inachtneming van beperkingen meer dan 65% van haar oorspronkelijke loon kon verdienen met passende voorbeeldfuncties. Het recht op uitkering werd daarom beëindigd.
Appellante voerde in bezwaar en beroep aan dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig was en dat haar beperkingen werden onderschat. Zij bracht rapporten van een onafhankelijk instituut in en stelde dat het onderscheid in wetgeving tussen vangnetters en vaste werknemers discriminerend is. De rechtbank en later de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het UWV zorgvuldig heeft gehandeld, dat de medische beoordeling juist was en dat het onderscheid in wetgeving objectief gerechtvaardigd is.
De Raad bevestigde dat appellante in staat is de geselecteerde functies te verrichten en dat het beroep op het discriminatieverbod faalt. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het recht op ZW-uitkering wordt terecht beëindigd.