ECLI:NL:CRVB:2018:4115
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit individuele inkomenstoeslag zonder differentiatie naar leefvorm
Appellant heeft op 23 mei 2016 een aanvraag ingediend voor een individuele inkomenstoeslag. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam kende deze toeslag toe bij besluit van 15 september 2016, dat na bezwaar op 21 december 2016 werd gehandhaafd. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat de toeslag van €50 niet passend is binnen het armoedebeleid en dat het onredelijk is dat er geen differentiatie is naar leefvorm, waardoor bijvoorbeeld gezinnen met kinderen minder bestedingsruimte zouden hebben dan alleenstaanden. De Raad verwees naar eerdere uitspraken waarin is geoordeeld dat de wetgever geen minimum of maximum hoogte van de toeslag heeft beoogd en geen differentiatie naar leefvorm vereist.
De Raad concludeerde dat de Verordening met één toeslag voor alle leefvormen de toetsing kan doorstaan en dat de motivering van de hoogte van de toeslag in de Verordening voldoende is. De aangevoerde bezwaren van appellant zijn reeds gemotiveerd behandeld in eerdere uitspraken. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.