Uitspraak
17.8062 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
€ 1.002,-;
€ 124,- vergoedt.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante vroeg een individuele inkomenstoeslag aan bij het college van Rotterdam, welke werd afgewezen. De rechtbank oordeelde dat appellante recht had op een toeslag van €100,- en veroordeelde het college tot een proceskostenvergoeding van €495,-. In hoger beroep betwistte appellante de motivering van de hoogte van de toeslag en de proceskostenvergoeding.
De Raad overwoog dat uit de wetsgeschiedenis en eerdere rechtspraak blijkt dat gemeenten vrij zijn in de hoogte van de individuele inkomenstoeslag en dat de wetgever geen minimum of maximum heeft voorgeschreven. De keuze van Rotterdam voor een toeslag van €50,- is gemotiveerd en sluit aan bij het gemeentelijk armoedebeleid, waarbij ook andere regelingen bestaan voor specifieke leefvormen.
De Raad verwierp het beroep tegen de hoogte van de toeslag maar oordeelde dat de rechtbank ten onrechte geen vergoeding voor de nadere zitting had toegekend. Het college werd veroordeeld tot een hogere proceskostenvergoeding van €563,63 en daarnaast veroordeelde de Raad het college tot vergoeding van de proceskosten in hoger beroep van €1.002,- en het betaalde griffierecht.
De uitspraak bevestigt de terughoudende toets van de rechter op gemeentelijke beleidsvrijheid bij het vaststellen van toeslagen en benadrukt het belang van een deugdelijke motivering door het college.
Uitkomst: De Raad bevestigt de beleidsvrijheid van gemeenten bij de hoogte van de individuele inkomenstoeslag en veroordeelt het college tot een hogere proceskostenvergoeding.