ECLI:NL:CRVB:2018:4111
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit individuele inkomenstoeslag zonder differentiatie naar leefvorm
Appellant verzocht op 8 april 2016 om een individuele inkomenstoeslag. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam kende deze toeslag toe op basis van de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Rotterdam 2016. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat de toeslag van €50 onvoldoende gemotiveerd was ten opzichte van het armoedebeleid en dat het hanteren van één toeslag voor alle leefvormen onevenredig was, omdat bijvoorbeeld gezinnen minder bestedingsruimte hebben dan alleenstaanden.
De Raad verwees naar eerdere uitspraken waarin werd vastgesteld dat de wetgever geen minimum- of maximumhoogte van de toeslag heeft beoogd en geen differentiatie naar leefvorm voorschrijft. De Verordening is gemotiveerd vastgesteld en voldoet aan de terughoudende toetsing van algemeen verbindende voorschriften.
De Raad concludeerde dat de beroepsgronden van appellant reeds in eerdere zaken zijn beoordeeld en geen aanleiding geven tot een ander oordeel. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.