ECLI:NL:CRVB:2018:4107
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit individuele inkomenstoeslag zonder differentiatie naar leefvorm
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een individuele inkomenstoeslag, die door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam werd toegekend op basis van de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Rotterdam 2016. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat de toeslag van €50 niet adequaat is gemotiveerd in relatie tot het armoedebeleid en dat het onredelijk is dat dezelfde toeslag geldt voor alle leefvormen, waardoor bijvoorbeeld gezinnen met kinderen financieel benadeeld worden.
De Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin is geoordeeld dat noch de Participatiewet, noch de Wet werk en bijstand een minimum- of maximumhoogte van de toeslag voorschrijft, noch differentiatie naar leefvorm vereist. De Verordening is gemotiveerd vastgesteld en voldoet aan de terughoudende toetsing van algemeen verbindende voorschriften.
De Raad ziet geen reden om af te wijken van deze lijn en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter G.M.G. Hink op 13 december 2018.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot toekenning van een uniforme individuele inkomenstoeslag zonder differentiatie naar leefvorm.