ECLI:NL:CRVB:2018:4095
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing beroep tegen individuele inkomenstoeslag gemeente Rotterdam
Appellanten hebben een aanvraag ingediend voor een individuele inkomenstoeslag, die aanvankelijk werd afgewezen maar later alsnog toegekend op basis van de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Rotterdam 2016. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep betoogden appellanten dat de toeslag niet adequaat is gemotiveerd en dat de uniforme toeslag voor alle leefvormen onevenredig is, omdat bijvoorbeeld gezinnen met kinderen minder bestedingsruimte zouden hebben dan alleenstaanden.
De Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat de wetgever geen minimum- of maximumhoogte van de toeslag heeft beoogd en geen differentiatie naar leefvorm vereist. De Raad oordeelt dat de Verordening voldoende gemotiveerd is en dat de keuze voor één toeslag voor alle leefvormen standhoudt onder de terughoudende toetsing van het algemeen verbindend voorschrift.
De door appellanten aangevoerde gronden komen overeen met eerdere zaken waarin de Raad reeds heeft geoordeeld dat deze niet tot een ander oordeel leiden. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.