ECLI:NL:CRVB:2018:4089
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit individuele inkomenstoeslag zonder differentiatie naar leefvorm
Appellant diende op 10 april 2016 een aanvraag in voor een individuele inkomenstoeslag. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam kende op 8 september 2016 een toeslag toe van €50,-, gebaseerd op de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Rotterdam 2016. Appellant maakte bezwaar tegen de hoogte en de uniforme toeslag voor alle leefvormen, stellende dat dit onevenredig is en onvoldoende gemotiveerd ten opzichte van het armoedebeleid.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat de toeslag voor gehuwden met kinderen onvoldoende is, omdat zij minder bestedingsruimte hebben dan alleenstaanden. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat noch uit de wetsgeschiedenis van de Participatiewet noch uit die van de langdurigheidstoeslag in de WWB blijkt dat de wetgever een minimum- of maximumhoogte van de toeslag heeft beoogd of differentiatie naar leefvorm.
De Raad verwees naar eerdere uitspraken waarin de keuze voor één toeslag voor alle leefvormen werd bevestigd en gemotiveerd in relatie tot het armoedebeleid van Rotterdam. De aangevoerde gronden van appellant kwamen overeen met eerdere beroepsgronden die reeds gemotiveerd waren beoordeeld. De Raad zag geen aanleiding anders te oordelen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter G.M.G. Hink en griffier J.M.M. van Dalen op 13 december 2018.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot toekenning van een uniforme individuele inkomenstoeslag van €50,- zonder differentiatie naar leefvorm.