ECLI:NL:CRVB:2018:4088
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit individuele inkomenstoeslag zonder differentiatie naar leefvorm
Appellante diende op 10 april 2016 een aanvraag in voor een individuele inkomenstoeslag, die aanvankelijk werd afgewezen. Na bezwaar kende het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam alsnog een toeslag toe van €50,-, gebaseerd op de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Rotterdam 2016.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat de toeslag onvoldoende gemotiveerd was en dat de uniforme toeslag voor alle leefvormen onevenredig was, omdat bijvoorbeeld gezinnen met kinderen minder bestedingsruimte zouden hebben dan alleenstaanden.
De Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat de wetgever geen minimum- of maximumhoogte van de toeslag heeft beoogd, noch differentiatie naar leefvorm. De Verordening is gemotiveerd vastgesteld en de keuze voor één toeslag voor alle leefvormen kan een terughoudende toetsing doorstaan.
De Raad ziet geen aanleiding om anders te oordelen dan in de eerdere uitspraken en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen grond voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.