ECLI:NL:CRVB:2018:4079
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit individuele inkomenstoeslag zonder differentiatie naar leefvorm
Appellant heeft op 31 mei 2016 een aanvraag ingediend voor een individuele inkomenstoeslag bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Het college kende de toeslag toe op basis van de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Rotterdam 2016. Appellant maakte bezwaar tegen de hoogte en de uniforme toepassing van de toeslag ongeacht leefvorm, maar het college handhaafde het besluit.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat de toeslag onvoldoende gemotiveerd is in relatie tot het armoedebeleid en dat de uniforme toeslag onevenredig is, omdat bijvoorbeeld gezinnen met kinderen minder bestedingsruimte hebben dan alleenstaanden.
De Centrale Raad van Beroep verwijst naar eerdere uitspraken waarin is geoordeeld dat de wetgever geen minimum of maximum hoogte van de toeslag heeft beoogd en geen differentiatie naar leefvorm vereist. De Verordening is voldoende gemotiveerd en de keuze voor één toeslag voor alle leefvormen kan een terughoudende toetsing doorstaan.
De Raad ziet geen aanleiding om anders te oordelen dan in eerdere vergelijkbare zaken en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak en wijst het hoger beroep af.