ECLI:NL:CRVB:2018:4056
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit individuele inkomenstoeslag zonder differentiatie naar leefvorm
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een individuele inkomenstoeslag bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Het college kende een toeslag toe van €50,-, gebaseerd op de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Rotterdam 2016. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat de toeslag bedoeld is om armoede te bestrijden en dat de Verordening onvoldoende gemotiveerd is over de hoogte van de toeslag in relatie tot het armoedebeleid. Tevens betoogde zij dat het hanteren van één toeslag voor alle leefvormen onevenredig is, omdat bijvoorbeeld gezinnen met kinderen minder bestedingsruimte hebben dan alleenstaanden.
De Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin is geoordeeld dat de wetgever geen minimum- of maximumhoogte van de toeslag heeft beoogd, noch differentiatie naar leefvorm. De Verordening is gemotiveerd vastgesteld en voldoet aan de terughoudende toetsing van algemeen verbindende voorschriften. De argumenten van appellante zijn reeds gemotiveerd beoordeeld en leiden niet tot een ander oordeel.
De Raad verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.