ECLI:NL:CRVB:2018:4049
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit individuele inkomenstoeslag zonder differentiatie naar leefvorm
Appellanten hebben een aanvraag ingediend voor een individuele inkomenstoeslag bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Het college kende deze toeslag toe op basis van de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Rotterdam 2016. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat de hoogte van de toeslag van €50,- niet gemotiveerd is in relatie tot het armoedebeleid en dat het gelijkstellen van de toeslag voor alle leefvormen onevenredig is.
De Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin is geoordeeld dat de wetgever geen minimum- of maximumhoogte van de toeslag heeft beoogd en geen differentiatie naar leefvorm vereist. De Verordening is gemotiveerd vastgesteld en de keuze voor één toeslag voor alle leefvormen kan de terughoudende toetsing doorstaan.
De Raad ziet geen aanleiding om anders te oordelen dan in de eerdere uitspraken en bevestigt de aangevallen uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waarbij de individuele inkomenstoeslag zonder differentiatie naar leefvorm rechtmatig is vastgesteld.