ECLI:NL:CRVB:2018:4045
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit individuele inkomenstoeslag zonder differentiatie naar leefvorm
Appellante heeft op 31 mei 2016 een aanvraag ingediend voor een individuele inkomenstoeslag. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam kende haar deze toeslag toe op basis van de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Rotterdam 2016. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat de toeslag van €50 niet voldoende gemotiveerd is ten opzichte van het armoedebeleid en dat het onredelijk is dat gehuwden met kinderen dezelfde toeslag ontvangen als alleenstaanden, waardoor differentiatie naar leefvorm ontbreekt.
De Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat de wetgever geen minimum- of maximumhoogte van de toeslag heeft beoogd en geen differentiatie naar leefvorm voorschrijft. De Verordening is gemotiveerd vastgesteld en de keuze voor één toeslag voor alle leefvormen kan de terughoudende toetsing doorstaan. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.