Uitspraak
17.3069 WIA
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, een uitzendorganisatie en eigenrisicodrager Ziektewet, kreeg een loonsanctie opgelegd door het UWV wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen voor een werknemer die ziek was gemeld en later uit dienst trad. Het primaire besluit van het UWV dateerde van 25 november 2015, de laatste dag van de wachttijd van 104 weken.
De rechtbank had geoordeeld dat het besluit te laat was verzonden omdat het op de laatste dag van de wachttijd werd verzonden en pas de dag erna werd ontvangen, en verklaarde het beroep van betrokkene gegrond. Het UWV stelde in hoger beroep dat verzending op de laatste dag van de wachttijd tijdig is, gelet op artikel 3:41 Awb Pro en de wetsgeschiedenis.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het standpunt van het UWV en overwoog dat verzending op de laatste dag van de wachttijd voldoet aan de wettelijke eisen. Het eerdere oordeel van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard. Daarnaast werd het beroep op gerechtvaardigd vertrouwen op de eerdere uitspraak van 2012 verworpen.
De Raad concludeerde dat het UWV het besluit tijdig heeft verzonden en dat de loonsanctie terecht is opgelegd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het primaire besluit van het UWV is tijdig verzonden.