Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2018:3574

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
8 november 2018
Publicatiedatum
14 november 2018
Zaaknummer
17/6592 WIV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 WivArt. 27 Wiv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing erkenning als deelnemer aan het verzet tegen Japanse bezetter

Appellant, geboren in 1928, vroeg in maart 2016 om erkenning als deelnemer aan het verzet tegen de Japanse bezetter en om een buitengewoon pensioen op grond van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet (Wiv). De Stichting Pelita stelde een rapport op waarin werd geconcludeerd dat appellant niet tot het verzet behoorde. Verweerder wees de aanvraag af en handhaafde dit besluit na bezwaar.

Appellant stelde dat hij verzetsactiviteiten had verricht, onder meer door het smokkelen van papaja’s en het vervoeren van een pakketje naar een haven, en het leveren van medicijnen in ruil voor alcohol aan een Molukse verzetsman. De Raad stelde vast dat alleen de eigen verklaring van appellant onvoldoende was en dat er geen aanvullende bevestiging was van deze activiteiten.

Onderzoek bij familieleden, SAIP, Nefis en relatiedossiers leverde geen bevestiging op. Hoewel er historisch bekend is dat verzetsgroepen actief waren op Celebes, ontbrak bewijs dat appellant hierbij betrokken was. De Raad oordeelde dat het bestreden besluit terecht was genomen en verklaarde het beroep ongegrond.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de aanvraag wordt gehandhaafd.

Uitspraak

17.6592 WIV

Datum uitspraak: 8 november 2018
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak in het geding tussen
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Pensioen- en Uitkeringsraad (verweerder)
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. L.F. Portier, advocaat, beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 14 september 2017, kenmerk BZ011111556 (bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet (Wiv).
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 september 2018. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Portier. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom-van Berckel.

OVERWEGINGEN

1.1.
Appellant, geboren in 1928, heeft in maart 2016 bij verweerder een aanvraag ingediend om te worden erkend als deelnemer aan het verzet in de zin van de Wiv en om toekenning als zodanig van een buitengewoon pensioen.
1.2.
Op grond van artikel 27 van Pro de Wiv heeft de Stichting Pelita (Stichting) een rapport opgesteld over de omstandigheden waarop de aanvraag berust. Op basis van de resultaten van dit onderzoek heeft de Stichting schriftelijk verklaard dat naar haar oordeel appellant niet heeft behoord tot de deelnemers aan het verzet in de zin van artikel 2, eerste lid, van de Wiv.
1.3.
Verweerder heeft de aanvraag afgewezen bij besluit van 6 april 2017, na bezwaar gehandhaafd bij het bestreden besluit, op de grond dat niet is aangetoond of aannemelijk is gemaakt dat appellant te [plaats] heeft deelgenomen aan het verzet tegen de Japanse bezetter. In dat verband, voor zover hier van belang, is overwogen dat niet duidelijk is geworden dat de door appellant bedoelde, onbekende Molukse man lid was van een verzetsgroep.
2. In beroep stelt appellant dat met wat bekend is over de Molukse verzetsactiviteiten op Celebes voldoende aannemelijk is dat hij verzetsactiviteiten heeft verricht als bedoeld in de Wiv.
3. De Raad komt tot de volgende beoordeling
3.1.
Op grond van artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wiv wordt voor zover hier van belang onder verzet verstaan: activiteiten welke na de capitulatie van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger, anders dan in militair verband, werden verricht met het oogmerk door daad & houding afbreuk te doen aan de militaire of ideologische doeleinden van de bezetter zonder dat daarbij persoonlijk gewin of andere persoonlijke motieven een rol speelden en welke een zekere mate van duurzaamheid of intensiteit inhielden en waaraan voor betrokkene een duidelijk risico verbonden was.
3.2.
Voor het aannemen van de verzetsactiviteiten is het nodig dat deze worden bevestigd met nadere gegevens. Alleen een verklaring van de aanvrager kan, hoe stellig en geloofwaardig ook, niet worden aangemerkt als voldoende onderbouwing (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 13 februari 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:428). De vraag is dus of er, naast de eigen verklaring van appellant, voldoende andere gegevens zijn die ondersteuning bieden aan de door appellant gestelde deelname aan verzetsactiviteiten.
3.3.
Appellant stelt onder meer dat hij tot drie keer toe op verzoek van een Molukse man, die in het verzet zat, geprepareerde papaja’s naar [plaats] heeft gesmokkeld. Verder heeft hij een pakketje met onbekende inhoud vervoerd naar de haven van [plaats] en daarnaast heeft hij de van dokter [plaats] gekregen medicijnen aan de Molukse man geleverd in ruil voor alcohol.
3.4.
De Stichting heeft naast het relaas van appellant onvoldoende aanknopingspunten gevonden voor een aanname van de gestelde activiteiten. De oudste zus van appellant is benaderd, maar zij kan uit eigen waarneming de gestelde verzetsactiviteiten van appellant niet bevestigen. Verweerder heeft daarnaast informatie opgevraagd bij de SAIP en Nefis en de relatiedossiers van de zusters van appellant geraadpleegd, maar dat onderzoek heeft evenmin geleid tot een bevestiging van de verzetsactiviteiten.
3.5.
Op grond van de beschikbare gegevens moet ook de Raad vaststellen dat, buiten de eigen verklaring van appellant, geen gegevens zijn verkregen waaruit naar voren komt dat appellant de gestelde activiteiten heeft ondernomen. Uit de beschikbare historische informatie komt wel naar voren dat op Celebes verzetsgroepen actief waren, zoals de verzetsgroep Gortmans. Appellant heeft echter uitdrukkelijk gesteld en dit ter zitting nog eens herhaald dat hij niet bij de groep Gortmans of een andere verzetsgroep betrokken is geweest. Verder is de identiteit van de Molukse man onbekend gebleven. Hij zou hebben behoord tot de groep van Molukkers die op Celebes zou zijn gedropt, maar van een dergelijke groep is geen informatie beschikbaar. Dat het relaas van appellant naadloos zou passen in wat historisch gezien bekend is over het Molukse verzet op Celebes kan niet leiden tot een erkenning als deelnemer aan het verzet. Daarvoor is een bevestiging van verzetsactiviteiten vereist, die in dit geval ontbreekt.
3.6.
Uit 3.5 volgt dat het bestreden besluit in rechte stand houdt. Het beroep zal ongegrond worden verklaard.
4. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door H. Lagas als voorzitter en H. Benek en J.C.F. Talman als leden, in tegenwoordigheid van F. Demiroğlu als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 november 2018.
(getekend) H. Lagas
(getekend) F. Demiroğlu
ew