ECLI:NL:CRVB:2018:3404
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugkomen op Wajong-besluit ondanks nieuwe diagnose BPS
Appellant diende in 2012 een aanvraag in voor een Wajong-uitkering, welke door het UWV werd afgewezen op basis van een functionele mogelijkhedenlijst (FML) opgesteld door een verzekeringsarts. In 2014 verzocht appellant om herziening van dit besluit vanwege een nieuwe diagnose Borderline Persoonlijkheidssyndroom (BPS). Het UWV weigerde terug te komen op het besluit, stellende dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die het besluit onjuist maakten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd bevestigd dat de verzekeringsartsen het medisch onderzoek zorgvuldig hadden uitgevoerd en dat de diagnose BPS geen aanleiding gaf tot aanpassing van de FML. In hoger beroep voerde appellant aan dat de beperkingen in de FML onvoldoende waren gescoord en dat ook de diagnoses Autisme Spectrum Stoornis (ASS) en Posttraumatische Stressstoornis (PTSS) extra beperkingen rechtvaardigden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid plaatsvindt op basis van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) en dat het UWV de situatie van appellant inhoudelijk had beoordeeld. De Raad onderschreef het oordeel dat de nieuwe diagnoses geen aanleiding geven tot wijziging van de FML. Tevens werd het verzoek tot benoeming van een deskundige afgewezen, omdat appellant voldoende gelegenheid had gehad om medische stukken in te dienen. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt bevestigd.