De Centrale Raad van Beroep heeft op 31 januari 2018 een rectificatie uitgesproken van haar eerdere uitspraak van 27 december 2017 in zaaknummer 14/947 ZW. In de oorspronkelijke uitspraak was een onjuist bedrag aan proceskostenvergoeding vermeld.
Na een faxbericht van de gemachtigde van appellante werd vastgesteld dat het totaal aantal punten voor rechtsbijstand niet correct was berekend. De Raad heeft het bedrag gecorrigeerd van € 2.722,50 naar € 3.712,50, gebaseerd op 7,5 punten à € 495 per punt in plaats van 5,5 punten. Daarnaast werd de vergoeding voor reiskosten van appellante gehandhaafd op € 112,97.
Partijen hebben geen bezwaar gemaakt tegen deze rectificatie. De Raad heeft vervolgens de uitspraak aangepast en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) veroordeeld tot vergoeding van de correcte kostenvergoeding aan appellante.
De uitspraak werd gedaan door voorzitter J.S. van der Kolk en leden A.I. van der Kris en F.M.S. Requisizione, in aanwezigheid van griffier R.L. Rijnen.