ECLI:NL:CRVB:2018:300
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en herziening intrekking bijstand en boete wegens niet melden autotransacties
Appellant ontving sinds 2001 bijstand, laatstelijk in 2013. Het Drechtstedenbestuur stelde een onderzoek in naar vermeende zwarte inkomsten, waarbij bleek dat appellant tussen 2005 en 2013 negentien voertuigen op zijn naam had staan. Appellant werd verzocht bewijsstukken te leveren, maar kon geen financiële administratie overleggen. Het bestuur trok bijstand in over diverse maanden en legde een boete op wegens niet melden van transacties.
De rechtbank vernietigde deels de besluiten en stelde lagere bedragen vast. Appellant maakte bezwaar tegen de uitspraak en voerde onder meer strijd met de hoorplicht aan. De Raad oordeelde dat het bestuur appellant niet correct heeft gehoord, maar dat dit niet heeft geleid tot benadeling. De Raad vernietigde de intrekking en terugvordering voor enkele maanden en bepaalde dat het bestuur opnieuw moet beslissen over de terugvordering.
Verder stelde de Raad vast dat appellant als tussenpersoon bij autohandel heeft gefungeerd en de inlichtingenverplichting heeft geschonden. De boete werd vastgesteld op €300,- conform de toen geldende verordening. De Raad veroordeelde het bestuur in de proceskosten en bepaalde dat het griffierecht aan appellant wordt vergoed. De uitspraak vervangt de eerdere besluiten voor zover vernietigd of herroepen.
Uitkomst: De Raad vernietigt deels de intrekking en terugvordering, stelt de boete vast op €300,- en draagt het bestuur op opnieuw te beslissen over de terugvordering.