ECLI:NL:CRVB:2018:2981
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de WWB over twee perioden. Het dagelijks bestuur startte een onderzoek naar mogelijk niet opgegeven vermogen in het buitenland, waarbij appellanten werden geselecteerd op basis van leeftijd en geboorteplaats buiten Nederland. Dit leidde tot een onderzoek in Turkije waaruit bleek dat appellanten onroerende zaken bezaten die niet waren gemeld.
Appellanten werden verzocht gegevens te verstrekken over deze onroerende zaken en inkomsten, maar voldeden hier niet aan. Het dagelijks bestuur trok daarop de bijstand in en vorderde te veel betaalde bedragen terug. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellanten gingen in hoger beroep.
De Centrale Raad oordeelde dat het onderscheid in het onderzoek niet discriminerend was en gerechtvaardigd kon worden. Het onderzoek vormde geen onaanvaardbare inbreuk op het privéleven, en het bewijs was rechtmatig verkregen volgens Nederlands recht, ook al was het onderzoek in Turkije uitgevoerd. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht.