ECLI:NL:CRVB:2018:2269
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na strafontslag
Appellante was sinds 2008 in dienst bij haar werkgever en werd in 2015 buiten functie gesteld en vervolgens strafontslagen wegens ernstig plichtsverzuim, nadat zij onder meer onder invloed van alcohol had gereden en de plaats van een ongeval had verlaten zonder haar identiteit te geven.
Het Uwv weigerde de WW-uitkering blijvend geheel wegens verwijtbare werkloosheid. Appellante maakte bezwaar en stelde dat haar gedrag niet in overwegende mate aan haar kon worden toegerekend vanwege haar alcoholverslaving en psychische stoornissen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de gedragingen aan appellante toerekenbaar waren.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. Het medisch onderzoek door het Uwv was zorgvuldig en toonde aan dat appellante zich bewust was van de gevolgen van haar gedrag. Er was geen sprake van wilsonbekwaamheid. De werkloosheid werd als verwijtbaar beschouwd en het hoger beroep werd verworpen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en de aangevallen uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de blijvende gehele weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid.