ECLI:NL:CRVB:2018:2113
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Appellante niet duurzaam arbeidsongeschikt volgens artikel 2:4 Wajong 2010
Appellante was in bezwaar gesteld tegen een besluit van het Uwv waarin zij werd aangemerkt als volledig, maar niet duurzaam arbeidsongeschikt in de zin van artikel 2:4 van Pro de Wajong 2010. Het Uwv had op basis van medische en arbeidsdeskundige rapporten geoordeeld dat appellante ondanks blijvende beperkingen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft, mede door intensieve begeleiding en het gebruik van een jobcoach.
Appellante voerde aan dat zij wel duurzaam arbeidsongeschikt is en dat het Uwv onvoldoende had gemotiveerd waarom zij tot arbeidsparticipatie in staat zou zijn. Het Uwv verwees naar eerdere jurisprudentie waarin een strikte uitleg van het begrip 'duurzaamheid' wordt bevestigd, waarbij alleen sprake is van duurzaam arbeidsongeschikt zijn indien geen enkele mogelijkheid tot arbeidsparticipatie bestaat.
De Raad bevestigde dat appellante niet duurzaam arbeidsongeschikt is omdat uit het dossier blijkt dat zij met ondersteuning en begeleiding kan participeren in arbeid, waaronder het uitbreiden van haar werkzaamheden tot 25 uur per week met behulp van een jobcoach en loonsuppletie. Het beroep tegen het bestreden besluit werd ongegrond verklaard en een veroordeling in proceskosten werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard omdat zij niet duurzaam arbeidsongeschikt is volgens artikel 2:4 van de Wajong 2010.