Appellant ontving bijstand en werkte parttime in een avondwinkel. Hij werd verplicht maandelijks zijn gewerkte uren bij te houden. Uit onderzoek bleek dat appellant meer uren werkte dan opgegeven, wat leidde tot intrekking van bijstand en oplegging van een boete wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen beide besluiten ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Raad de intrekking van bijstand vanwege onvoldoende opgave van uren. Ten aanzien van de boete stelde de Raad vast dat appellant grove schuld had omdat hij herhaaldelijk niet alle uren had opgegeven ondanks waarschuwingen.
Door een wetswijziging per 1 januari 2017 verviel de mogelijkheid om boetes naar boven af te ronden op veelvouden van €10,-. De Raad vernietigde daarom het boetebesluit en stelde het boetebedrag vast op €567,85. Tevens veroordeelde de Raad het college in de proceskosten van appellant en wees een vergoeding van de kosten van bezwaar af omdat de herroeping niet was te wijten aan een onrechtmatigheid van het bestuursorgaan.