ECLI:NL:CRVB:2018:1697
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening bijstandsuitkering en boete wegens niet-melding kasstorting
Appellante ontvangt sinds 2008 bijstand en sinds 2015 op grond van de Participatiewet. Naar aanleiding van een anonieme tip werd een onderzoek ingesteld naar haar rechtmatigheid van bijstand. Uit bankafschriften bleek een kasstorting van €350 op 26 februari 2014. Het college herzag daarop de bijstand en vorderde een bedrag terug, tevens werd een boete opgelegd wegens het niet melden van deze storting.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat het bedrag een kortdurende lening was en niet als inkomen mocht worden aangemerkt. De Raad oordeelde dat kasstortingen, ook eenmalige, in beginsel als inkomen gelden en dat een lening niet is uitgezonderd van het middelenbegrip. De verklaring van de geldschieter werd niet ondersteund door objectieve gegevens.
Verder stelde appellante dat zij de storting niet hoefde te melden omdat deze zichtbaar was op bankafschriften die zij had overgelegd. De Raad verwierp dit en benadrukte de eigen verantwoordelijkheid om uit eigen beweging relevante feiten te melden. De opgelegde boete werd als proportioneel beoordeeld. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de bijstand, de terugvordering en de opgelegde boete wegens het niet melden van de kasstorting.