Appellante ontving bijstand en had een overeenkomst met Stichting [Ph.] voor een groeibaan, gericht op arbeidsinschakeling via detachering bij het Regionaal Historisch Centrum Limburg (RHCL). Hoewel appellante zich ziek meldde voordat zij werkzaamheden kon verrichten, was er sprake van een arbeidsovereenkomst vanaf 4 januari 2011 tot 6 juni 2011.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) had de Ziektewetuitkering geweigerd omdat appellante niet in een dienstbetrekking zou hebben gewerkt. De rechtbank Limburg bevestigde dit standpunt, stellende dat de overeenkomst slechts re-integratieactiviteiten betrof zonder privaatrechtelijke dienstbetrekking.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt anders. De Raad stelt dat de overeenkomst met [Ph.] en de detachering bij RHCL wel degelijk een arbeidsovereenkomst vormden, ondanks het feit dat appellante wegens ziekte niet heeft gewerkt. De Raad benadrukt dat de kwalificatie van partijen niet doorslaggevend is en kijkt naar de feitelijke omstandigheden en rechtsverhoudingen.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en verklaart het beroep gegrond. Het Uwv wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak, inclusief een beslissing over de wettelijke rente. Tevens wordt het Uwv veroordeeld in de proceskosten van appellante.