ECLI:NL:CRVB:2017:4475
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete wegens schending inlichtingenplicht bij bijstandsverlening
Appellante ontving bijstand sinds september 2012 en kocht op 27 december 2012 een woning zonder dit te melden aan het college, wat leidde tot een herziening van de bijstand en een boete wegens schending van de inlichtingenplicht.
Het college legde aanvankelijk een boete van €8.910,50 op, later verlaagd tot €6.690. Appellante voerde aan dat zij geen grove schuld had en dat het college onvoldoende bewijs had geleverd voor een hogere verwijtbaarheid.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante slechts gewone verwijtbaarheid kan worden toegerekend. De boete werd daarom ambtshalve verlaagd tot 50% van het benadelingsbedrag, €4.455,25.
Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht. De uitspraak bevestigt het belang van een juiste bewijslastverdeling en proportionele sancties bij schending van de inlichtingenplicht.
Uitkomst: De boete wegens schending van de inlichtingenplicht is verlaagd tot €4.455,25 wegens gewone verwijtbaarheid.