ECLI:NL:CRVB:2017:4398
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand in verband met autotransacties met correctie over oktober 2012
De zaak betreft een beroep tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen tot intrekking en terugvordering van bijstand over de periode maart tot en met december 2012, vanwege inkomsten uit autohandel. De Raad had eerder geoordeeld dat appellant zich tussen december 2007 en december 2012 met autohandel bezighield en dat over bepaalde maanden het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld wegens ontbrekende gegevens.
Het college handhaafde het besluit tot intrekking over maart, oktober en december 2012, en herroept het voor april tot en met september en november 2012 met een maandelijkse aftrek van €300 voor inkomsten uit de verzorging van een paard. Appellanten voerden aan dat de transacties in maart en oktober 2012 niet als autohandel konden worden aangemerkt en dat het recht op bijstand over oktober 2012 wel vastgesteld kon worden vanwege een ontvangen bedrag van €125.
De Raad oordeelt dat de transacties in maart en oktober 2012 deel uitmaakten van de autohandel en dat het recht op bijstand over oktober 2012 onterecht niet is vastgesteld. De bruto terugvordering is correct, ook al zijn de inkomsten contant ontvangen. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd voor oktober 2012 en de terugvordering, en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen met een correcte vaststelling van het recht op bijstand en terugvordering. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering over oktober 2012 wordt vernietigd met opdracht tot nieuw besluit.