ECLI:NL:CRVB:2017:4319
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over arbeidsongeschiktheid en maatmaninkomen leaseauto
Appellante, werkzaam als adviseur, meldde zich ziek wegens psychische klachten en kreeg een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet WIA met een percentage van 78,74%. Het bezwaar tegen dit besluit werd ongegrond verklaard door het UWV, dat een arbeidsongeschiktheidspercentage van 74,48% vaststelde. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) correct was toegepast.
In hoger beroep voerde appellante aan volledig arbeidsongeschikt te zijn en stelde dat het privégebruik van haar leaseauto ten onrechte niet in het maatmaninkomen was meegenomen. Het UWV verdedigde het besluit en motiveerde waarom het privégebruik van de leaseauto niet tot het maatmaninkomen behoort volgens de toen geldende wetgeving.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek en de FML juist waren toegepast en dat het privégebruik van de leaseauto in de betreffende referteperiode niet tot het maatmaninkomen behoorde. Ook werd geoordeeld dat de verlaging van het arbeidsongeschiktheidspercentage in bezwaar niet in strijd was met het verbod van reformatio in peius. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit en de aangevallen uitspraak werden vernietigd, en het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van 14 maart 2014 wordt vernietigd; het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.