ECLI:NL:CRVB:2017:400
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens verstoorde arbeidsverhouding bij ambtenaar ondanks re-integratie
Betrokkene was werkzaam als medewerker bij een gemeente en had een langdurig ziektetraject doorlopen met re-integratiepogingen op verschillende afdelingen. Ondanks herstelmelding en hervatting van werkzaamheden, ontstond een conflictsituatie met de leidinggevende, wat leidde tot weigering van betrokkene om terug te keren naar haar eigen functie. Het college verleende daarop ontslag op grond van artikel 8:8 van Pro de CAR/UWO wegens een verstoorde arbeidsverhouding.
De rechtbank vernietigde dit ontslagbesluit omdat betrokkene volgens haar op medische gronden ongeschikt zou zijn geweest, waardoor ontslag op andere gronden niet mogelijk zou zijn. De Centrale Raad van Beroep volgde dit oordeel niet en oordeelde dat het college terecht het ontslag op grond van een verstoorde arbeidsverhouding kon baseren, aangezien voortzetting van het dienstverband niet redelijk was.
De Raad stelde vast dat het college en betrokkene beide aandeel hadden in de impasse, maar dat het college niet meer aandeel had dan betrokkene. Het beroep van betrokkene tegen het ontslagbesluit werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit van 25 januari 2016 werd vernietigd omdat het op een inmiddels vervallen grondslag was gebaseerd.
Uitkomst: Het ontslag van betrokkene wegens een verstoorde arbeidsverhouding wordt bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.