ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1277
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.Th. Wolleswinkel
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid bestuur tot ontslag wegens ongeschiktheid anders dan op medische gronden
Appellant was sinds 1975 werkzaam als groepsleerkracht en kampte met een gehoorbeperking. Vanaf 1999 waren er problemen in zijn functioneren, leidend tot een overplaatsing in 2007. In 2008 meldde appellant zich ziek. De bedrijfsarts en het UWV oordeelden in 2009 dat appellant geschikt was voor zijn eigen werk, hoewel er sprake was van een verstoorde arbeidsrelatie.
De stichting verleende in februari 2010 ontslag wegens ongeschiktheid anders dan door ziekte, subsidiair wegens gewichtige redenen. Appellant maakte bezwaar, dat werd afgewezen. De rechtbank bevestigde het ontslag en stelde dat de ongeschiktheid niet op ziekte berustte.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn ongeschiktheid wel degelijk door ziekte kwam, onderbouwd met een UWV-beslissing van juni 2010. De Raad concludeerde dat de ongeschiktheid voortkomt uit medische oorzaken en dat het bestuur daarom niet bevoegd was tot ontslag op de gehanteerde grond. De Raad droeg de stichting op het besluit binnen tien weken te herstellen en gaf ruimte voor overleg over het ontslag op medische gronden of handhaving van de subsidiaire ontslaggrond.
Uitkomst: Het dagelijks bestuur was niet bevoegd tot ontslag wegens ongeschiktheid anders dan op medische gronden; het besluit moet binnen tien weken worden hersteld.