ECLI:NL:CRVB:2017:3953
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling in mindering brengen kinderalimentatie op bijstand na gelijkstelling norm alleenstaande ouder en alleenstaande
Appellante, een alleenstaande ouder met twee minderjarige kinderen, ontvangt bijstand sinds februari 2014. Vanaf 1 januari 2015 wordt de bijstand verstrekt op basis van de Participatiewet (PW) en is de norm voor een alleenstaande ouder gelijkgesteld aan die voor een alleenstaande. Het college bracht de door appellante ontvangen kinderalimentatie in mindering op haar bijstand.
Appellante stelde dat de bijstand niet meer mede ten behoeve van haar kinderen strekt en dat de kinderalimentatie niet volledig als middel van het gezin moet worden beschouwd, vooral niet voor extra behoeften van de kinderen. Zij betoogde dat het college onderzoek had moeten doen naar de samenstelling van de alimentatie.
De Raad oordeelde dat de bijstand mede ten behoeve van de kinderen wordt verstrekt en dat kinderalimentatie als middel van het gezin in aanmerking moet worden genomen. Het betoog dat alimentatie voor extra kosten van de kinderen buiten beschouwing moet blijven, faalde omdat de alimentatie geheel tot haar vrije beschikking stond en het complementaire karakter van de bijstand dit rechtvaardigt. Het college hoefde geen nader onderzoek te verrichten naar de alimentatiesamenstelling.
Daarmee werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat kinderalimentatie terecht in mindering wordt gebracht op de bijstand van appellante.