ECLI:NL:CRVB:2017:3934
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking beroep na gewijzigde beslissing UWV en afwijzing schadevergoeding wettelijke rente en immateriële schade
Appellante heeft haar hoger beroep ingetrokken nadat het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar nam die haar bezwaren volledig tegemoetkwam. Zij verzocht om vergoeding van wettelijke rente over een arbeidsongeschiktheidsuitkering, immateriële schade wegens langdurige frustratie, schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn en proceskosten.
De Raad oordeelt dat de gevorderde wettelijke rente niet kan worden toegerekend aan het UWV, omdat het verband met het onrechtmatige besluit niet is aangetoond en appellante onvoldoende heeft ondernomen om haar schade te beperken. Het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen omdat niet is vastgesteld dat sprake is van geestelijk letsel in de zin van artikel 6:106 BW Pro.
De Raad stelt vast dat de redelijke termijn in bezwaar en beroep niet is overschreden, maar wel in hoger beroep. De overschrijding van bijna drie jaar wordt toegerekend aan de Staat, die een schadevergoeding van € 1.000,- moet betalen. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van in totaal € 4.034,40. Vergoeding van griffierechten dient appellante rechtstreeks bij het UWV te vorderen.
Uitkomst: Verzoek om vergoeding wettelijke rente en immateriële schade afgewezen; UWV veroordeeld in proceskosten; Staat veroordeeld tot schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.