ECLI:NL:CRVB:2017:3406
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering peiljaarverlegging bij inkomensdaling ondernemer
Betrokkene verzocht de veronderstelde ouderlijke bijdrage voor de studie van zijn dochter te berekenen op basis van het peiljaar 2013 in plaats van 2011, vanwege een sterke inkomensdaling. Hij had zijn activiteiten in een BV stilgelegd en was gestart als eenmanszaak, waarbij verwacht werd dat de inkomsten in 2013 laag zouden zijn. Appellant, de Minister, wees dit verzoek af omdat de daling binnen de normale inkomensschommelingen van ondernemers valt.
De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat het besluit een motiveringsgebrek vertoonde en gaf appellant de gelegenheid dit te herstellen. Appellant handhaafde het besluit, maar de rechtbank vernietigde het omdat de inkomensdaling meer dan 100% bedroeg en niet als normaal kon worden beschouwd, mede gelet op de economische crisis.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat inkomensschommelingen bij ondernemers normaal zijn en dat ook een daling door economische crisis hieronder valt. De stillegging van de BV was niet de oorzaak van de inkomensdaling, aangezien betrokkene zijn activiteiten als eenmanszaak voortzette. Daarom wordt het hoger beroep van appellant gegrond verklaard, de eerdere uitspraken vernietigd en het beroep tegen het besluit ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot weigering van peiljaarverlegging wordt ongegrond verklaard en eerdere uitspraken worden vernietigd.