ECLI:NL:CRVB:2017:3241
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering bijstand wegens verzwegen vermogen op bankrekeningen
Appellant ontving bijstand vanaf augustus 2012, maar beschikte volgens onderzoek over banktegoeden op een en/of-rekening en een ING-rekening die het vrij te laten vermogen overschreden. Het college trok de bijstand in en vorderde kosten terug wegens het niet naleven van de inlichtingenplicht door appellant.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het intrekkingsbesluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het terugvorderingsbesluit ongegrond. Appellant ging in hoger beroep tegen het terugvorderingsbesluit en het afwijzen van proceskosten.
De Raad oordeelt dat appellant feitelijk over het tegoed op beide rekeningen kon beschikken en dat het college terecht het recht op bijstand op nihil heeft vastgesteld. Het motiveringsgebrek in het terugvorderingsbesluit wordt gepasseerd omdat appellant niet is benadeeld. Het beroep op een interingsnorm faalt. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank, veroordeelt het college in de proceskosten en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: De bijstand is terecht ingetrokken en teruggevorderd wegens verzwegen vermogen, met proceskostenveroordeling van het college.