ECLI:NL:CRVB:2017:2169
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens verzwegen onroerend goed in Turkije
Appellanten ontvingen jarenlang bijstand, maar uit onderzoek bleek dat zij sinds 1988 eigenaar waren van meerdere onroerende zaken in Turkije. Het college herzag daarop de bijstand over de periode 1997-2007 en vorderde de kosten terug wegens verzwegen vermogen.
Ondanks verzoeken leverden appellanten geen bewijs aan over de waardeontwikkeling van het onroerend goed in de relevante periode. De rechtbank vernietigde het besluit wegens schending van de hoorplicht, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep werd dit bevestigd.
De Raad oordeelde dat het aan appellanten is om de waardeontwikkeling aannemelijk te maken, niet aan het college. De stelling dat de waarde niet juist was vastgesteld, was onvoldoende onderbouwd. Ook de aangevoerde dringende redenen voor kwijtschelding werden verworpen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee het bestreden besluit en de terugvordering van €147.644,16. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wegens verzwegen onroerend goed.